Stichting BeeldBepalend Online Magazine

Columns

De treinreis

Gepubliceerd op door in

‘Man, wat vind ik het leuk om met je te praten. De meeste mensen praten dus gewoon niet terug hè?’ zei de dronken man op luide toon tegen het nietsvermoedende meisje. ‘Zo asociaal. Zeg, ik ben wel blij dat we niet in een stiltecoupé zitten hoor, want dan heb je gelijk gezeik als je iets zegt.’ Het meisje zei dat ze het ook leuk vond om te praten in de trein, maar dat ze ook wel snapte dat mensen in de stiltecoupé graag wat rust willen. Daar was de man het dan ook wel weer mee eens. Toch vond hij het maar asociaal, zo’n stiltecoupé.

Er staat een paard in de gang

Dit paard heet Wilco, en is door zijn baasjes nog nooit op de gang gezet.

Dit paard heet Wilco, en is door zijn baasjes nog nooit op de gang gezet.

In Zwolle zei het meisje gedag. De dronkaard nipte tevreden aan zijn biertje, en even was het stil. Tot er een gezelschap van drie plaatsnam naast de man. Een broer en zijn zussen op een familie-uitje. Hij was zorgconsulent, de eerste zus lerares en de tweede verpleegster. Hoe en waarom precies bleef onduidelijk, maar het gesprek kwam al snel op de befaamde carnavalskraker ‘Er staat een paard in de gang.’

‘Maar dat gebeurt echt hè!’ wist de dronkaard te melden. ‘Ik heb ‘n vriend en die was getrouwd. Kwam die thuis, alleen maar om te vreten hè, en te drinken. En hij kwam dus eens thuis met een paard. Die stond dus in de gang.’

‘Neee, dat méén je niet!’ riep de zorgconsulent.

‘Ja, echt!’ antwoordde de dronkaard. ‘Het gebeurt dus echt! En sommige mensen hebben ook varkens in huis. Geloof je het?’ Maar waar hij dus echt niet bij kon, was dat die vriend met dat paard óók nog eens niet kon voetballen! En dan de zus van die vriend, die ook nog een kind van acht heeft: ‘Je gelooft het bijna niet, maar die kan dus ook al niet voetballen!’

‘Oh! Echt, joh?’ vroeg de verpleegster.

Even keek de dronkaard peinzend uit het raam. ‘Wat een gekke familie.’

Wat een gekke familie

‘Ik vind ‘t wel mooi hoor, om jullie zo als familie bij elkaar te zien,’ ging de man verder. ‘Mijn familie maakt alleen maar ruzie. Als ik ze mee zou nemen in de trein, breken ze de boel open. Nee… Praat me d’r niet van, helemaal gek. Vooral m’n broer en zus. Nou ja, één broer en één zus, eigenlijk. Nee, je moest eens weten wat ze allemaal gedaan hebben. Nee, ga ik niet zeggen hoor, dan zet ik m’n familie te kijk. Belt eerst m’n zus op: “Ja, hij zoekt weer ruzie.” Belt daarna m’n broer op: “ik maak ze dood.” Maar, ze leven allebei nog hoor, hahaha!’

‘HAHAHAHA.’ Zijn gespreksslachtoffers praatten en lachten gewillig met hem mee tot de dronkaard er in Gouda uit moest. Vriendelijk doch luidruchtig zei hij de familie gedag.

Wat als-ie gewoon mee was gegaan?!

‘Zo hé, zijn treinen toch nog ergens goed voor. Anders lag-ie nu ergens onder een brug,’ grinnikte de verpleegster, waarop haar broer en zus uitbarsten in een bulderend lachen. ‘Zo, nou, ik had er ook wel weer even helemaal genoeg van,’ merkte de zorgconsulent op. ‘Zeg Anton, dadelijk was ‘ie met ons meegegaan naar je feestje,’ giechelde de lerares tegen de zorgconsulent. ‘Wat als-ie gewoon mee was gegaan?!’

‘HAHAHAHAHAHA.’

Onderwerp